Skip naar content
🚧 Verkeersregels

Voorrangsregels CBR theorie-examen: complete gids

Voorrang is het grootste struikelblok op het theorie-examen. Hier leer je de vaste hierarchie, rechts gaat voor, de borden B1 tot en met B7, haaientanden, trams, hulpvoertuigen en voorrang bij afslaan. Met een vast stappenplan voor elke vraag.

Test gratis je niveau
Liever direct examenklaar? Start de cursus met slagingsgarantie
Geschreven door Mr. Nawfal Serraji, verkeersspecialist · Bijgewerkt voor het CBR-examen 2026

Voorrangsregels horen bij de kern van het CBR theorie-examen. Deze gids behandelt alle situaties die je kunt tegenkomen. Voor de specifieke uitleg over kruispunten met voorbeelden hebben we een aparte gids, die we hieronder koppelen.

🚧 Verdiepende gids Voorrangsregels op een kruispunt: wie heeft voorrang? Stap voor stap door elke kruispuntsituatie, met duidelijke voorbeelden.

De voorrangshierarchie: artikel 84 RVV 1990

Voor je kunt bepalen wie voorrang heeft, moet je eerst weten welke regel van toepassing is. Artikel 84 RVV 1990 geeft een strikte volgorde:

1
Aanwijzingen van een verkeersregelaar
Aanwijzingen van een politieagent of bevoegde verkeersregelaar gaan altijd voor. Ook als het verkeerslicht groen is en de agent stopteken geeft, dan stop je.
2
Verkeerslichten
Een werkend driekleurig verkeerslicht regelt de voorrang en gaat boven verkeersborden, wegmarkeringen en algemene regels. Bij rood stop je, ook al heb je een voorrangsbord.
3
Verkeersborden en wegmarkeringen
Voorrangsborden (B1 tot en met B7) en haaientanden op het wegdek bepalen de voorrang als er geen werkende lichten of regelaar zijn.
4
Algemene verkeersregels (RVV 1990)
Bij geen lichten, borden of markeringen: rechts gaat voor (artikel 15 RVV). Plus bijzondere regels voor trams, hulpvoertuigen en afslaand verkeer.
📚 Examenpunt: hoe gebruik je deze hierarchie?
Bij elke voorrangsvraag volg je deze volgorde mentaal: scan eerst naar een verkeersregelaar, dan naar lichten, dan naar borden en markeringen, en pas als laatste val je terug op rechts voor links. De meeste fouten komen doordat mensen direct aan rechts gaat voor denken zonder eerst de hogere niveaus te checken.

Voorrang verlenen vs voor laten gaan

Een veelgemaakte examenfout: het verschil tussen deze twee begrippen niet kennen. Ze lijken op elkaar, maar gelden voor verschillende groepen.

Voorrang verlenenVoor laten gaan
Geldt alleen tussen bestuurdersGeldt voor alle weggebruikers, ook voetgangers
Bij haaientanden, bord B6, rechts voor linksBij afslaan op zebrapad, fietspad oversteken, woonerf
Voetganger speelt geen rolVoetganger telt wel mee
💡 Ezelsbruggetje
Onthoud: voorrang Verlenen = Voertuigen onderling (V-V). Voor laten gaan = aLLe weggebruikers (L-L). Zo herken je welke regel van toepassing is.

Rechts gaat voor: de basisregel

Dit is de meest basale voorrangsregel uit artikel 15 RVV 1990, maar ook de meest verkeerd toegepaste:

Op een gelijkwaardige kruising verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.

Een gelijkwaardige kruising is een kruispunt zonder verkeersregelaar, zonder werkend verkeerslicht, zonder voorrangsbord en zonder haaientanden. In woonwijken kom je deze het vaakst tegen. Lees de volledige uitleg met voorbeelden in de gids over voorrangsregels op een kruispunt.

Wanneer geldt rechts voor links niet?

  • Onverharde weg: kom je van een onverharde weg zoals een zandpad, dan verleen je voorrang aan bestuurders op de verharde weg, ook al kom je van rechts.
  • Uitrit verlaten: als je een uitrit verlaat zoals een parkeerplaats of oprit, verleen je voorrang aan al het andere verkeer.
  • Tram: trams hebben altijd voorrang op gelijkwaardige kruisingen, ook als ze van links komen.
  • Voorrangsweg: bestuurders op een voorrangsweg (bord B1 of haaientanden voor de zijweg) hebben voorrang op kruisend verkeer.
  • Voorrangskruispunt: bord B6 op de zijweg betekent dat verkeer op de hoofdweg voorrang heeft.

Voorrangsborden uitgelegd

Op verharde wegen wordt de voorrang vaak geregeld door verkeersborden uit de B-reeks. Hieronder de belangrijkste:

Bord B1 Voorrangsweg
B1
Voorrangsweg
Geel-witte ruit met zwarte rand. Je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op kruisend verkeer.
Bord B2 Einde voorrangsweg
B2
Einde voorrangsweg
Geel-witte ruit met zwarte streep door het bord. De voorrangsweg eindigt hier.
Bord B3 Voorrangskruispunt zijweg links
B3
Kruispunt zijweg links
Voorrangskruispunt waarbij de zijweg links uitkomt. Hoofdweg heeft voorrang.
Bord B4 Voorrangskruispunt zijweg rechts
B4
Kruispunt zijweg rechts
Voorrangskruispunt waarbij de zijweg rechts uitkomt. Hoofdweg heeft voorrang.
Bord B5 Voorrangskruispunt zijwegen links en rechts
B5
Kruispunt zijwegen links en rechts
Voorrangskruispunt met zijwegen aan beide kanten. Hoofdweg heeft voorrang.
Bord B6 Verleen voorrang
B6
Verleen voorrang
Omgekeerde driehoek met wit vlak en rode rand. Je verleent voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Stoppen hoeft niet als het kan.
Bord B7 Stop
B7
Stop
Achthoek met STOP. Je moet stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen aan al het kruisende verkeer.

Haaientanden: wat betekenen ze?

Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek met de punten naar jou toe. Ze betekenen exact hetzelfde als bord B6: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Lees meer over deze en andere markeringen in de gids over wegmarkeringen.

  • Punten naar jou toe: jij verleent voorrang.
  • Punten van jou af: dat is voor de andere bestuurder, niet voor jou.
  • Combinatie met bord B6: de haaientanden bevestigen het bord.
  • Alleen haaientanden: dezelfde regel geldt ook zonder bord.
⚠️ Voorrangsbord vs haaientanden bij rotonde
Bij de meeste rotondes in Nederland staan haaientanden op de zijwegen. Dit betekent dat verkeer op de rotonde voorrang heeft op verkeer dat de rotonde wil oprijden. Voor 1996 was dit andersom, maar tegenwoordig hebben bijna alle rotondes haaientanden.

Voorrang voor speciale voertuigen

Trams: altijd voorrang

Trams hebben in Nederland een aparte status. Volgens artikel 15 RVV 1990 verlenen alle bestuurders voorrang aan trams, ook als die van links komen op een gelijkwaardige kruising. De enige uitzondering: als de tram zelf haaientanden of bord B6 heeft, dan verleent de tram voorrang.

Spoorvoertuigen: altijd voorrang bij overwegen

Bij spoorwegovergangen laat je het spoorvoertuig altijd voorgaan, ongeacht of er een verkeerslicht of slagboom is. Knipperende rode lichten betekenen altijd stop, ook als de spoorbomen nog open staan.

Hulpvoertuigen met optische en geluidssignalen

Politie, ambulance en brandweer met blauw zwaailicht en sirene moet je altijd voor laten gaan. Belangrijke regels:

  • Beide signalen actief: alleen dan heeft het hulpvoertuig speciale voorrang. Alleen blauw zwaailicht zonder sirene betekent geen verplichting.
  • Niet door rood: jij mag zelf niet door rood om plaats te maken (artikel 50 RVV).
  • Wel rustig opzij: rijd rustig naar de kant en blokkeer de doorgang niet.
  • Gele zwaailichten: dat zijn werkvoertuigen, geen hulpvoertuigen. Geen voorrangsregel.

Militaire kolonnes en uitvaartstoeten

Militaire kolonnes en uitvaartstoeten met aanduiding mag je niet doorbreken. Ook als het verkeerslicht voor jou groen is, mag je niet tussen de voertuigen door rijden.

🏆 Slagingsgarantie

In 1 keer slagen, met slagingsgarantie

Oefen met alle actuele CBR-examenvragen en ga met vertrouwen het examen in. Zak je toch? Dan oefen je gewoon gratis verder tot je slaagt.

Bekijk de slagingsgarantie

Voorrang bij afslaan

Afslaan is een van de meest gestelde voorrangsvragen op het examen. De regels zijn helder maar worden vaak vergeten:

SituatieWie heeft voorrang?
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend gaat rechtdoorTegemoetkomend verkeer
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend slaat rechtsafTegemoetkomend verkeer
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend slaat ook linksafGeen conflict, je passeert links
Jij slaat rechtsaf, tegemoetkomend gaat rechtdoorGeen conflict, jullie kruisen niet
Jij slaat af, voetganger steekt over op de weg waar je in rijdtVoetganger laten voorgaan
Jij slaat rechtsaf, fietser rijdt rechtdoor op fietspadFietser

Voetgangers en zebrapaden

Op een gemarkeerd zebrapad moet je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor laten gaan. Dit staat in artikel 49 RVV 1990. Ook fietsers op een fietspad dat je kruist hebben voorrang op afslaand verkeer.

  • Op het zebrapad: voetganger en gehandicaptenvoertuig voor laten gaan.
  • Voetganger wachtend op de stoep: geen verplichting om te stoppen, maar wel verstandig.
  • Bij afslaan: voetgangers die de weg oversteken die jij oprijdt, voor laten gaan.
  • Woonerf: voetgangers mogen overal lopen, jij rijdt stapvoets.

Twijfel je bij voorrangsvragen?

Voorrang is het grootste struikelblok op het examen. Oefen gratis en kom erachter waar je nog fouten maakt.

Start gratis proefexamen

15 voorrangsvragen die op het examen voorkomen

1
Gelijkwaardige kruising in een woonwijk
Geen lichten, borden of markeringen. Rechts heeft voorrang.
2
Politieagent met stopteken bij groen licht
Verkeersregelaar gaat boven verkeerslicht. Je stopt, ook al is het licht groen.
3
Tram van links op gelijkwaardige kruising
Tram heeft altijd voorrang, ook van links. Jij stopt.
4
Je rijdt rechtdoor, tegemoetkomende auto wil linksaf
Jij hebt voorrang. De afslaande bestuurder verleent voorrang aan rechtdoorgaand verkeer.
5
Jij komt uit een uitrit, andere auto rijdt op straat
Jij verleent voorrang. Bij een uitrit verlaten gaan alle andere bestuurders voor.
6
Jij komt van een zandpad, andere auto op verharde weg
Jij verleent voorrang, ook al kom je van rechts. Onverharde weg verleent aan verharde weg.
7
Haaientanden voor jou, andere auto kruist
Jij verleent voorrang aan kruisend verkeer.
8
Bord B7 (STOP) bij een kruising
Je moet volledig stilstaan voor de stopstreep, ook als er geen verkeer is. Daarna verleen je voorrang.
9
Ambulance met blauw zwaailicht en sirene achter je
Ga rustig naar de kant en stop indien nodig. Niet door rood rijden om plaats te maken.
10
Voetganger op zebrapad
Voor laten gaan. Ook de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig.
11
Jij slaat rechtsaf, fietser fietst rechtdoor op fietspad
Fietser heeft voorrang. Jij wacht.
12
Rotonde met haaientanden op de zijweg
Verkeer op de rotonde heeft voorrang. Jij wacht voor je oprijdt.
13
Verkeerslicht uit, geen verkeersregelaar
De lichten zijn buiten werking. Volg de borden, markeringen of de regel rechts voor links.
14
Spoorwegovergang met knipperende rode lichten
Stop, ook al zie je geen trein en staan de spoorbomen open.
15
Bus die wegrijdt uit een halte binnen de bebouwde kom
Lijnbus voor laten gaan als hij richting aangeeft om weg te rijden (bebouwde kom, max 50 km/u).

Veelgemaakte voorrangsfouten op het examen

  • Te snel rechts voor links toepassen: mensen vergeten de hoger geprioriteerde regels te checken.
  • Voetganger op stoep voor zebrapad: geen verplichting tot stoppen als de voetganger nog niet de weg op stapt.
  • Tram negeren: de tram heeft voorrang, ook als die van links komt.
  • Uitrit niet herkennen: een oprit, parkeerplaats of tankstation verlaten betekent voorrang verlenen aan al het verkeer.
  • Zwaailicht zonder sirene: alleen samen geeft voorrang. Sleepwagens met geel zwaailicht zijn geen hulpvoertuig.
  • Fietser bij rechtsaf vergeten: fietsers op het fietspad hebben voorrang als jij rechtsaf slaat.
  • Lijnbus binnen bebouwde kom: in 50 km/u-zones moet je een wegrijdende bus voor laten gaan.

Mini-quiz: test jezelf

Vijf vragen, directe feedback. Heb jij voorrang door?

🎯 Snelle check

Vraag 1 van 5

Veelgestelde vragen

+Wat is de voorrangshierarchie volgens de RVV?
De voorrangshierarchie staat in artikel 84 RVV 1990: 1) aanwijzingen van een verkeersregelaar, 2) verkeerslichten, 3) verkeersborden en wegmarkeringen, 4) algemene verkeersregels zoals rechts gaat voor. Bij elke voorrangsvraag scan je deze volgorde van boven naar beneden.
+Wanneer geldt rechts voor links?
Alleen op een gelijkwaardige kruising zonder verkeersregelaar, werkend verkeerslicht, voorrangsbord of haaientanden. In woonwijken met onbewaakte kruisingen is dit de regel. Op wegen met borden of markeringen geldt deze regel niet.
+Heeft een tram altijd voorrang?
Ja, met een uitzondering. Volgens artikel 15 RVV 1990 verlenen alle bestuurders voorrang aan trams, ook als die van links komen op een gelijkwaardige kruising. De uitzondering: als de tram zelf haaientanden of bord B6 heeft, verleent de tram voorrang.
+Wat is het verschil tussen voorrang verlenen en voor laten gaan?
Voorrang verlenen geldt alleen tussen bestuurders onderling en gebeurt op kruisingen via haaientanden of bord B6. Voor laten gaan geldt voor alle weggebruikers, ook voetgangers, en gebeurt bij zebrapaden, afslaand verkeer en in een woonerf.
+Wat moet ik doen als een ambulance met sirene achter me rijdt?
Rijd rustig naar de kant en stop indien nodig. Je mag zelf niet door rood rijden om plaats te maken (artikel 50 RVV). De voorrangsregel geldt alleen als de ambulance blauw zwaailicht en sirene tegelijk voert.
+Wie heeft voorrang als ik linksaf wil en tegemoetkomend verkeer rechtdoor gaat?
Tegemoetkomend rechtdoorgaand verkeer heeft voorrang. Als afslaande bestuurder verleen je voorrang aan tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat of rechtsaf slaat. Dit geldt ook bij groen licht zonder pijl.
+Hoe werkt voorrang op een rotonde?
Bij de meeste rotondes staan haaientanden op de zijwegen, dus verkeer op de rotonde heeft voorrang op verkeer dat oprijdt. Binnen de bebouwde kom hebben fietsers op het fietspad rond de rotonde vaak voorrang.
+Heeft een voetganger op de stoep voor het zebrapad voorrang?
Niet automatisch. Pas als de voetganger de weg op stapt of duidelijk wil oversteken, moet je voor laten gaan. Een wachtende voetganger op de stoep hoef je niet voor te laten gaan, al is rustig stoppen verstandig.
+Wat als ik uit een uitrit kom?
Als je een uitrit verlaat zoals een parkeerplaats, oprit of tankstation, verleen je voorrang aan al het andere verkeer op de straat, inclusief voetgangers en fietsers. Dit geldt ook als jij volgens de algemene regel van rechts zou komen.
+Heeft een lijnbus voorrang als hij wegrijdt uit een halte?
Binnen de bebouwde kom, op wegen met maximaal 50 km/u, moet je een lijnbus die richting aangeeft om uit een halte weg te rijden voor laten gaan. Buiten de bebouwde kom geldt deze regel niet.
+Geldt rechts voor links ook voor fietsers?
Ja. Fietsers en bromfietsers vallen onder de term bestuurders in de RVV en passen dezelfde voorrangsregels toe. Op een gelijkwaardige kruising heeft een fietser van rechts voorrang op een auto van links.

Verdiep je per onderwerp

Voorrang hangt samen met kruispunten, markeringen en verkeerslichten. Verdiep je verder:

✓ Test of leer direct

Voorrang onder de knie krijgen?

Voorrang is het grootste struikelblok op het examen. Test gratis je niveau of word in 1 keer examenklaar met de cursus inclusief slagingsgarantie.

Nawfal Serraji, verkeersspecialist bij HaalTheorie

Nawfal Serraji

Verkeersspecialist & oprichter HaalTheorie

Gespecialiseerd in verkeersrecht, de Wegenverkeerswet en CBR-examenstof. Schrijft de kennisbank zodat jij in 1 keer slaagt. Volg op LinkedIn

Bronnen en wettelijke basis

Slaag in 1 keer voor je theorie-examen 🏆

Nawfal hier 👋 Waar kan ik je mee helpen?