Voorrangsregels CBR theorie-examen: complete gids voor 2026
In Nederland geldt een vaste voorrangshiërarchie (artikel 84 RVV 1990): aanwijzingen van een verkeersregelaar gaan boven verkeerslichten, verkeerslichten boven verkeersborden en wegmarkeringen, en deze gaan boven de algemene verkeersregels. De bekendste algemene regel is "rechts gaat voor" op een gelijkwaardige kruising. Belangrijk onderscheid: voorrang verlenen geldt alleen tussen bestuurders onderling, terwijl voor laten gaan ook voor voetgangers geldt. Voorrangsregels zijn het meest gestelde struikelblok op het CBR theorie-examen, en wie de hierarchie en uitzonderingen begrijpt, scoort hier hoog op.
Samenvatting
Voorrangshierarchie: 1) verkeersregelaar, 2) verkeerslicht, 3) verkeersbord/markering, 4) algemene regels. Op een gelijkwaardige kruising geldt rechts voor links. Bij haaientanden (driehoeken op het wegdek) of bord B6 verleen je voorrang. Op een voorrangsweg (bord B1) heb je zelf voorrang. Trams hebben altijd voorrang, ook van links. Spoorvoertuigen op overwegen altijd. Hulpvoertuigen met blauw zwaailicht en sirene moet je voor laten gaan. Afslaand verkeer verleent voorrang aan tegemoetkomend rechtdoor verkeer.
De voorrangshierarchie: artikel 84 RVV 1990
Voor je kunt bepalen wie voorrang heeft, moet je eerst weten welke regel van toepassing is. De wet (artikel 84 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) geeft een strikte volgorde:
1
Aanwijzingen van een verkeersregelaar
Aanwijzingen van een politieagent of bevoegde verkeersregelaar gaan altijd voor. Ook als het verkeerslicht groen is en de agent stopteken geeft, dan stop je.
2
Verkeerslichten
Een werkend driekleurig verkeerslicht regelt de voorrang en gaat boven verkeersborden, wegmarkeringen en algemene regels. Bij rood stop je, ook al heb je een voorrangsbord.
3
Verkeersborden en wegmarkeringen
Voorrangsborden (B1 t/m B7) en haaientanden op het wegdek bepalen de voorrang als er geen werkende lichten of regelaar zijn.
4
Algemene verkeersregels (RVV 1990)
Bij geen lichten, borden of markeringen: rechts gaat voor (artikel 15 RVV). Plus bijzondere regels voor trams, hulpvoertuigen en afslaand verkeer.
📚
Examenpunt: hoe gebruik je deze hierarchie?
Bij elke voorrangsvraag op je examen volg je deze volgorde mentaal: scan eerst naar een verkeersregelaar, dan naar lichten, dan naar borden en markeringen, en pas als laatste val je terug op rechts voor links. De meeste fouten komen doordat mensen direct naar "rechts gaat voor" denken zonder eerst de hogere niveaus te checken.
Voorrang verlenen vs voor laten gaan
Een veelgemaakt examenfout: het verschil tussen deze twee begrippen niet kennen. Ze lijken op elkaar, maar gelden voor verschillende groepen.
Voorrang verlenen
Voor laten gaan
Geldt alleen tussen bestuurders
Geldt voor alle weggebruikers, ook voetgangers
Bij haaientanden, bord B6, rechts voor links
Bij afslaan op zebrapad, fietspad oversteken, woonerf
Voetganger speelt geen rol
Voetganger telt wel mee
💡
Ezelsbruggetje
Onthoud: voorrang Verlenen = Voertuigen onderling (V-V). Voor laten gaan = aLLe weggebruikers (L-L). Op het examen herken je hieraan welke regel van toepassing is.
Rechts gaat voor: de basisregel
Dit is de meest basale voorrangsregel uit artikel 15 RVV 1990, maar ook de meest verkeerd toegepaste:
Op een gelijkwaardige kruising verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.
Een gelijkwaardige kruising is een kruispunt zonder verkeersregelaar, zonder werkend verkeerslicht, zonder voorrangsbord en zonder haaientanden. In woonwijken kom je deze het vaakst tegen.
Wanneer geldt rechts voor links niet?
Onverharde weg: kom je van een onverharde weg (bijvoorbeeld zandpad), dan verleen je voorrang aan bestuurders op de verharde weg, ook al kom je van rechts
Uitrit verlaten: als je een uitrit verlaat (bijvoorbeeld parkeerplaats, oprit), verleen je voorrang aan al het andere verkeer
Tram: trams hebben altijd voorrang op gelijkwaardige kruisingen, ook als ze van links komen
Voorrangsweg: bestuurders op een voorrangsweg (bord B1 of haaientanden voor de zijweg) hebben voorrang op kruisend verkeer
Voorrangskruispunt: bord B6 op de zijweg betekent dat verkeer op de hoofdweg voorrang heeft
Voorrangsborden uitgelegd
Op verharde wegen wordt de voorrang vaak geregeld door verkeersborden uit de B-reeks. Hieronder de belangrijkste:
B1
Voorrangsweg
Geel-witte ruit met zwarte rand. Je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op kruisend verkeer.
B2
Einde voorrangsweg
Geel-witte ruit met zwarte streep door het bord. De voorrangsweg eindigt hier.
B3
Kruispunt zijweg links
Voorrangskruispunt waarbij de zijweg links uitkomt. Hoofdweg heeft voorrang.
B4
Kruispunt zijweg rechts
Voorrangskruispunt waarbij de zijweg rechts uitkomt. Hoofdweg heeft voorrang.
B5
Kruispunt zijwegen links en rechts
Voorrangskruispunt met zijwegen aan beide kanten. Hoofdweg heeft voorrang.
B6
Verleen voorrang
Omgekeerde driehoek met witte vlak en rode rand. Je verleent voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Stoppen hoeft niet als het kan.
B7
Stop
Achthoek met "STOP". Je MOET stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen aan al het kruisende verkeer.
Haaientanden: wat betekenen ze?
Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek met de punten naar jou toe. Ze betekenen exact hetzelfde als bord B6: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Punten naar jou toe: jij verleent voorrang
Punten van jou af: dat is voor de andere bestuurder, niet voor jou
Combinatie met bord B6: haaientanden bevestigen het bord
Alleen haaientanden: dezelfde regel geldt zonder bord
⚠️
Voorrangsbord vs haaientanden bij rotonde
Bij de meeste rotondes in Nederland staan haaientanden op de zijwegen. Dit betekent dat verkeer op de rotonde voorrang heeft op verkeer dat de rotonde wil oprijden. Voor 1996 was dit andersom (verkeer dat oprijdt had voorrang van rechts), maar tegenwoordig hebben bijna alle rotondes haaientanden.
Voorrang voor speciale voertuigen
Trams: altijd voorrang
Trams hebben in Nederland een aparte status. Volgens artikel 15 RVV 1990 hebben alle bestuurders voorrang te verlenen aan trams, óók als die van links komen op een gelijkwaardige kruising. De enige uitzondering: als de tram zelf haaientanden of bord B6 heeft, dan verleent de tram voorrang.
Spoorvoertuigen: altijd voorrang bij overwegen
Bij spoorwegovergangen laat je het spoorvoertuig altijd voorgaan, ongeacht of er een verkeerslicht of slagboom is. Knipperende rode lichten betekenen altijd stop, ook als de spoorbomen nog open staan.
Hulpvoertuigen met optische en geluidssignalen
Politie, ambulance en brandweer met blauw zwaailicht én sirene moet je altijd voor laten gaan. Belangrijke regels:
Beide signalen actief: alleen dan heeft het hulpvoertuig speciale voorrang. Alleen blauw zwaailicht zonder sirene = geen verplichting
Niet door rood: jij mag zelf NIET door rood om plaats te maken (artikel 50 RVV)
Wel rustig opzij: rijd rustig naar de kant, blokkeer de doorgang niet
Gele zwaailichten: dat zijn werkvoertuigen, geen hulpvoertuigen. Geen voorrangsregel
Militaire kolonnes en uitvaartstoeten
Militaire kolonnes en uitvaartstoeten met aanduiding mag je niet doorbreken. Ook als het verkeerslicht voor jou groen is, mag je niet tussen de voertuigen door rijden.
🏆 Slagingsgarantie
In 1 keer slagen, gegarandeerd
96% van de HaalTheorie-leerlingen slaagt in 1 keer. Slaag je toch niet? Dan oefen je gratis opnieuw, geen verspild examengeld.
Afslaan is een van de meest gestelde voorrangsvragen op het examen. De regels zijn helder maar worden vaak vergeten:
Situatie
Wie heeft voorrang?
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend gaat rechtdoor
Tegemoetkomend verkeer heeft voorrang
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend slaat rechtsaf
Tegemoetkomend verkeer heeft voorrang
Jij slaat linksaf, tegemoetkomend slaat ook linksaf
Linksaf-linksaf passeren elkaar links (geen voorrangsconflict)
Jij slaat rechtsaf, tegemoetkomend gaat rechtdoor
Geen conflict, jullie kruisen elkaar niet
Jij slaat af, voetganger steekt over op de weg waar je in rijdt
Voetganger laten voorgaan
Jij slaat rechtsaf, fietser rijdt rechtdoor op fietspad
Fietser heeft voorrang
Voetgangers en zebrapaden
Op een gemarkeerd zebrapad moet je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor laten gaan. Dit staat in artikel 49 RVV 1990. Ook fietsers op een fietspad dat je kruist hebben voorrang op afslaand verkeer.
Op zebrapad: voetganger en gehandicaptenvoertuig voor laten gaan
Voetganger op de stoep wachtend: geen verplichting om te stoppen, maar wel verstandig
Bij afslaan: voetgangers die de weg oversteken die jij oprijdt, voor laten gaan
Geen lichten, borden of markeringen. Rechts heeft voorrang.
2
Politieagent met stopteken bij groen licht
Verkeersregelaar gaat boven verkeerslicht. Je stopt, ook al is het licht groen.
3
Tram van links op gelijkwaardige kruising
Tram heeft altijd voorrang, ook van links. Jij stopt.
4
Je rijdt rechtdoor, tegemoetkomende auto wil linksaf
Jij hebt voorrang. De afslaande bestuurder verleent voorrang aan rechtdoorgaand verkeer.
5
Jij komt uit een uitrit, andere auto rijdt op straat
Jij verleent voorrang. Bij uitrit verlaten gelden alle andere bestuurders als hoger geprioriteerd.
6
Jij komt van een zandpad, andere auto op verharde weg
Jij verleent voorrang, ook al kom je van rechts. Onverharde weg verleent altijd aan verharde weg.
7
Haaientanden voor jou, andere auto kruist
Jij verleent voorrang aan kruisend verkeer.
8
Bord B7 (STOP) bij een kruising
Je moet volledig stilstaan voor de stopstreep, ook als er geen verkeer is. Daarna verleen je voorrang.
9
Ambulance met blauw zwaailicht en sirene achter je
Ga rustig naar de kant en stop indien nodig. Niet door rood rijden om plaats te maken.
10
Voetganger op zebrapad
Voor laten gaan. Ook bestuurder van een gehandicaptenvoertuig.
11
Jij slaat rechtsaf, fietser fietst rechtdoor op fietspad
Fietser heeft voorrang. Jij wacht.
12
Rotonde met haaientanden op de zijweg
Verkeer op de rotonde heeft voorrang. Jij wacht voor je oprijdt.
13
Verkeerslicht uit, geen verkeersregelaar
Lichten zijn buiten werking. Volg de borden, markeringen of de algemene regel rechts voor links.
14
Spoorwegovergang met knipperende rode lichten
Stop, ook al zie je geen trein en staan de spoorbomen open.
15
Bus die wegrijdt vanuit halte binnen de bebouwde kom
Lijnbus voor laten gaan als hij richting aangeeft om weg te rijden uit een halte (bebouwde kom, max 50 km/u).
Veelgemaakte voorrangsfouten op het examen
Te snel "rechts voor links" toepassen: mensen vergeten de hoger geprioriteerde regels te checken
Voetganger op stoep voor zebrapad: geen verplichting tot stoppen als de voetganger nog niet de weg op stapt
Tram negeren: tram heeft voorrang, ook als die van links komt
Uitrit niet herkennen: een oprit, parkeerplaats of tankstation verlaten = voorrang verlenen aan al het verkeer
Zwaailicht zonder sirene: alleen samen geeft voorrang. Sleepwagens met geel zwaailicht zijn geen hulpvoertuig
Fietser bij rechtsaf vergeten: fietsers op het fietspad hebben voorrang als jij rechtsaf slaat
Lijnbus binnen bebouwde kom: in 50 km/u-zones moet je een wegrijdende bus voor laten gaan
Kort antwoord
Voorrang in Nederland volgt een vaste hierarchie (artikel 84 RVV 1990): verkeersregelaar boven verkeerslicht boven verkeersbord/markering boven algemene regels. Op een gelijkwaardige kruising heeft rechts voorrang. Trams hebben altijd voorrang, ook van links. Op een zebrapad laat je voetgangers voor laten gaan. Bij afslaan verleen je voorrang aan tegemoetkomend rechtdoor en aan fietsers op het fietspad. Hulpvoertuigen met blauw zwaailicht én sirene moet je voor laten gaan, maar je mag daarbij zelf niet door rood rijden.
Veelgestelde vragen
Wat is de voorrangshierarchie volgens de RVV?
De voorrangshierarchie staat in artikel 84 RVV 1990 en is: 1) aanwijzingen van een verkeersregelaar, 2) verkeerslichten, 3) verkeersborden en wegmarkeringen, 4) algemene verkeersregels (zoals rechts gaat voor). Bij elke voorrangsvraag scan je deze volgorde van boven naar beneden.
Wanneer geldt rechts voor links?
Alleen op een gelijkwaardige kruising waar geen verkeersregelaar, geen werkend verkeerslicht, geen voorrangsbord en geen haaientanden zijn. In woonwijken met onbewaakte kruisingen is dit de regel. Op verharde wegen met borden of markeringen geldt deze regel niet.
Heeft een tram altijd voorrang?
Ja, met één uitzondering. Volgens artikel 15 RVV 1990 hebben alle bestuurders voorrang te verlenen aan trams, ook als die van links komen op een gelijkwaardige kruising. De uitzondering: als de tram zelf haaientanden of bord B6 heeft, dan verleent de tram voorrang.
Wat is het verschil tussen voorrang verlenen en voor laten gaan?
Voorrang verlenen geldt alleen tussen bestuurders onderling (auto's, motoren, fietsen, etc.) en gebeurt op kruisingen via haaientanden of bord B6. Voor laten gaan geldt voor alle weggebruikers, ook voetgangers, en gebeurt bij zebrapaden, afslaand verkeer en in een woonerf.
Wat moet ik doen als een ambulance met sirene achter me rijdt?
Rustig naar de kant rijden en stoppen indien nodig. Belangrijk: je mag zelf niet door rood rijden om plaats te maken (artikel 50 RVV). Stop op een veilige plek. Alleen als de ambulance blauw zwaailicht én sirene heeft, geldt de voorrangsregel.
Wie heeft voorrang als ik linksaf wil en tegemoetkomend verkeer rechtdoor gaat?
Tegemoetkomend rechtdoorgaand verkeer heeft voorrang. Als afslaande bestuurder moet je voorrang verlenen aan tegemoetkomend verkeer dat rechtdoor gaat of rechts afslaat. Dit geldt ook bij groen licht zonder pijl.
Hoe werkt voorrang op een rotonde?
Bij de meeste rotondes in Nederland staan haaientanden op de zijwegen. Verkeer op de rotonde heeft daardoor voorrang op verkeer dat de rotonde wil oprijden. Voor 1996 was dit andersom, maar tegenwoordig is dit de standaardsituatie. Bij rotondes binnen de bebouwde kom hebben (brom)fietsers vaak voorrang.
Heeft een voetganger op de stoep voor het zebrapad voorrang?
Niet automatisch. Pas als de voetganger de weg op stapt of duidelijk wil oversteken, moet je voor laten gaan. Een voetganger die wachtend op de stoep staat, hoef je niet voor te laten gaan, al is rustig stoppen wel verstandig en netjes.
Wat als ik uit een uitrit kom?
Als je een uitrit verlaat (bijvoorbeeld parkeerplaats, oprit, tankstation), verleen je voorrang aan al het andere verkeer op de straat, inclusief voetgangers en fietsers. Dit geldt ook als jij van rechts zou komen volgens de algemene regel.
Heeft een lijnbus voorrang als hij wegrijdt uit een halte?
Binnen de bebouwde kom (op wegen met max 50 km/u) moet je een lijnbus die richting aangeeft om weg te rijden uit een halte voor laten gaan. Buiten de bebouwde kom geldt deze regel niet en heeft de bus geen speciale voorrang.
Geldt rechts voor links ook voor fietsers?
Ja. Fietsers en bromfietsers vallen onder de term 'bestuurders' in de RVV en moeten dezelfde voorrangsregels toepassen. Op een gelijkwaardige kruising heeft een fietser van rechts voorrang op een auto van links.
Nawfal is een verkeersrechtspecialist en ervaren docent die complexe verkeersregels omzet naar heldere, begrijpelijke uitleg. Bij HaalTheorie leert hij leerlingen om niet alleen de theorie te kennen, maar ook echt te begrijpen, zodat ze met vertrouwen en zonder stress het CBR theorie-examen ingaan.