Voorrangsregels op een kruispunt: alles uitgelegd voor het CBR theorie-examen
Voorrangsregels zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de fouten op het CBR theorie-examen. De basisregel: op een gelijkwaardig kruispunt heeft rechts altijd voorrang. Maar borden, wegmarkeringen, trams en fietsers maken het complexer. Dit artikel legt elke situatie stap voor stap uit.
Gelijkwaardig kruispunt: rechts heeft voorrang. Voorrangsweg (B1): jij hebt voorrang. B6/haaientanden: jij moet voorrang verlenen. B7 STOP: volledig stoppen en voorrang verlenen. Tram heeft op gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang op auto’s. Fietsers: alleen voorrang als haaientanden of bord aanwezig. Volgorde: verkeersregelaar › licht › bord › tram › rechts. Oefen via HaalTheorie.
Regel 1: rechts heeft voorrang op een gelijkwaardig kruispunt
Op een gelijkwaardig kruispunt (geen borden, geen wegmarkering die iets anders aangeeft) geldt één basisregel: het verkeer van rechts heeft altijd voorrang. Dit geldt voor alle bestuurders die gelijktijdig het kruispunt naderen.
Schema: gelijkwaardig kruispunt — rechts heeft voorrang
Jij rijdt van links. De auto van rechts heeft voorrang. Jij moet wachten.
Regel 2: de voorrangsweg (B1 — geel ruit)
Rijd je op een weg met het gele ruitbord (B1 — voorrangsweg), dan heb je voorrang op al het verkeer op de kruisende wegen. Je hoeft niet te wachten voor verkeer dat van links of rechts komt, tenzij een ander bord of verkeerslicht anders aangeeft.
Regel 3: B6 — verleen voorrang (haaientanden)
Het bord B6 (omgekeerde driehoek) en de bijbehorende haaientanden op het wegdek geven aan dat je voorrang moet verlenen aan het verkeer op de kruisende weg. Je mag pas oprijden als de weg vrij is.
Schema: haaientanden — jij verleent voorrang
De rode driehoekjes (haaientanden) staan voor jouw voertuig. Jij moet wachten voor het verkeer op de kruisende weg (groen).
Regel 4: B7 — stopbord (altijd volledig stoppen)
Bij het stopbord (rood achthoek met STOP) ben je verplicht altijd volledig te stoppen voor de stopstreep. Ook als er geen verkeer zichtbaar is. Daarna verleen je voorrang aan het kruisende verkeer voordat je oprijdt.
- Veelgemaakte examenfout: doorrollen bij een STOP-bord zonder volledig tot stilstand te komen. Dit is altijd fout, ook als de weg vrij is.
- Correct: volledig stoppen voor de stopstreep, kijken of de weg vrij is, dan pas oprijden.
Regel 5: tram heeft voorrang op gelijkwaardig kruispunt
Op een gelijkwaardig kruispunt heeft een tram altijd voorrang op alle andere weggebruikers, ook als het tram-verkeer van links komt. Dit is een uitzondering op de rechts-voor-links regel. De redenering: een tram kan niet uitwijken en heeft een lange remweg.
Regel 6: fietsers en bromfietsers op fietspaden
Een fietser op een vrijliggend fietspad heeft niet automatisch voorrang bij een kruispunt. De voorrangssituatie hangt af van de aanwezigheid van borden en wegmarkering:
- Haaientanden vóór het fietspad (voor jou als autobestuurder): de fietser heeft voorrang. Jij moet wachten.
- Haaientanden op het fietspad (voor de fietser): de fietser moet voorrang verlenen aan jou.
- Geen aanduiding: rechts-voor-links geldt. Wie van rechts komt, heeft voorrang — ook tussen auto en fietser.
Volgorde van voorrang: wie gaat boven wie?
| Rang | Wie | Wanneer |
|---|---|---|
| 1 | Verkeersregelaar | Altijd absolute prioriteit, ook boven rood licht |
| 2 | Verkeerslichten | Gaan boven borden en wegmarkeringen |
| 3 | Voorrangsborden (B1/B6/B7) | Bepalen wie op het specifieke kruispunt voorrang heeft |
| 4 | Tram | Op gelijkwaardig kruispunt altijd voor auto’s |
| 5 | Rechts heeft voorrang | Op gelijkwaardig kruispunt zonder borden |
De meest gemaakte fouten op het examen
- Doorrijden bij haaientanden terwijl de weg niet vrij is. Haaientanden zijn bindend. Je moet wachten totdat het veilig is.
- Niet stoppen bij B7 omdat de weg leeg lijkt. Bij een stopbord moet je altijd volledig stoppen, punt.
- De tram als “normaal verkeer” behandelen. Op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram altijd voorrang, ook als hij van links komt.
- Denken dat een fietser altijd voorrang heeft. Dat hangt af van de wegmarkering. Zonder haaientanden geldt rechts-voor-links.
- Vergeten dat de voorrangsweg eindigt bij bord B2. Controleer altijd of je nog op een voorrangsweg rijdt.
Bekijk ook de pagina over de meest gemaakte strikvragen op het theorie-examen voor meer typische valkuilen.
Voorrangsregels kruispunt op een rij
- Gelijkwaardig kruispunt: rechts heeft voorrang.
- Voorrangsweg (B1): jij hebt voorrang op kruisend verkeer.
- B6 / haaientanden: jij verleent voorrang (stoppen als nodig).
- B7 STOP: altijd volledig stoppen, dan voorrang verlenen.
- Tram: op gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang op auto’s.
- Fietser: alleen voorrang als haaientanden of bord aanwezig zijn.
- Volgorde: verkeersregelaar › licht › bord › tram › rechts.
Veelgestelde vragen
Wie heeft voorrang op een gelijkwaardig kruispunt?
Wat zijn haaientanden?
Heeft een tram altijd voorrang?
Heeft een fietser op een fietspad voorrang?
Wat is de volgorde van voorrang op een kruispunt?
Gelijkwaardig kruispunt: rechts heeft voorrang. Voorrangsweg (B1): jij hebt voorrang. B6/haaientanden: jij verleent voorrang. B7 STOP: altijd volledig stoppen. Tram: op gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang op auto. Fietser: alleen voorrang bij haaientanden of bord.
🎓 Oefen alle voorrangsvragen via HaalTheorie en slaag in één keer voor je CBR theorie-examen.
Direct starten →