Tram: voorrangsregels, gedrag en examenvragen (2026)
De tram heeft niet altijd voorrang - maar wel in meer situaties dan de meeste kandidaten denken. Tramvragen zijn een vast onderdeel van het CBR theorie-examen en een van de meest gemaakte fouten. Dit artikel legt alle regels helder uit.
De tram heeft voorrang op kruispunten zonder borden of lichten. Bij verkeerslichten: rood = iedereen stop, ook de tram. Bij haaientanden: het bord geldt ook voor de tram. Tram wil inhalen: ruimte maken, mag doorgetrokken streep overschrijden. Bij tramhalte met overstekende passagiers: stoppen. Nooit klem rijden of blokkeren.
Wanneer heeft de tram voorrang?
- Op ongeregeld kruispunt (geen borden, geen lichten): de tram heeft voorrang op alle weggebruikers. Dit is de basisregel.
- Bij verkeerslichten: lichten gelden voor iedereen, inclusief de tram. Groen = tram mag rijden. Rood = tram stopt.
- Bij haaientanden: het bord geldt ook voor de tram. Als er haaientanden liggen, heeft de weg waar jij op rijdt voorrang - ook op de tram.
- Bij voorrangskruispunt (ruit of bord B1): jij hebt voorrang, ook op de tram.
Tram wil inhalen: wat doe je?
Als een tram jou wil inhalen of passeren, ben jij verplicht ruimte te maken. Dit heeft een aantal bijzondere consequenties:
- Mag de doorgetrokken streep overschrijden om ruimte te maken voor de tram - dit is een van de weinige uitzonderingen op die regel.
- Mag het trottoir op als dat nodig is en veilig kan.
- Nooit de tram blokkeren of klem rijden op rails.
Tramhalte: wanneer moet je stoppen?
Als een tram stilstaat bij een halte en passagiers moeten het rijvak of de rijbaan oversteken om de stoep te bereiken, moet je stoppen en die passagiers laten oversteken.
- Stoppen verplicht: tram staat stil, passagiers stappen uit en moeten de weg oversteken.
- Niet stoppen nodig: tram staat stil maar er is een verhoogd eiland of perron - passagiers hoeven de rijbaan niet over.
- Langzaam rijden: altijd voorzichtig bij een tramhalte, ook als je niet hoeft te stoppen.
Rijden op en langs tramrails
- Rijden over rails: toegestaan als het nodig is om te rijden. Zorg dat je de rails zo loodrecht mogelijk oversteekt om wegslippen te voorkomen.
- Rijden langs de tram: houd rekening met overstekende passagiers en de breedte van de tram.
- Inhalen van tram bij halte: verboden als er gevaar is voor in- of uitstappende passagiers.
Instinkervragen tram op het theorie-examen
- Vraag: "Op een kruispunt zonder borden of lichten komt er een tram van links. Wie heeft voorrang?"
Correct: De tram. Op ongeregelde kruispunten heeft de tram altijd voorrang. - Vraag: "Er liggen haaientanden voor een kruispunt. Heeft de tram hier voorrang?"
Correct: Nee. Haaientanden gelden voor iedereen, ook voor de tram. - Vraag: "Een tram wil je inhalen. Mag je de doorgetrokken streep overschrijden?"
Correct: Ja, om ruimte te maken voor de tram. - Vraag: "Een tram staat bij een halte. Passagiers stappen uit op een perron. Moet je stoppen?"
Correct: Nee. Als er een perron is hoeven passagiers de rijbaan niet over.
Tramregels: de kern
- Tram heeft voorrang op ongeregeld kruispunt (zonder borden of lichten)
- Bij verkeerslichten en haaientanden: die gelden ook voor de tram
- Tram wil inhalen: ruimte maken, doorgetrokken streep mag worden overschreden
- Tramhalte: stoppen als passagiers de rijbaan moeten oversteken
- Nooit de tram blokkeren of klem rijden op rails
Veelgestelde vragen
Heeft de tram altijd voorrang?
Wat doe je als een tram je wil inhalen?
Wanneer stop je voor een tramhalte?
Heeft de tram voorrang bij haaientanden?
Tram heeft niet altijd voorrang: wel op ongeregeld kruispunt, niet bij verkeerslichten of haaientanden. Tram wil inhalen: ruimte maken, doorgetrokken streep mag. Passagiers oversteken bij halte: stoppen.
